1 aan het werk

Contactfrequentie digitale behandeling

De inrichting van contactfrequentie verschilt tussen mono- en multidisciplinaire ggz. Omdat monodisciplinaire, kortdurende trajecten meer geprotocolleerd zijn, kunnen bij de start meerdere afspraken direct ingepland worden (herplannen doe je tijdens het traject, als dat nodig is). Men gaat vaak uit van 8 consulten (ca. 750 minuten). Nu men ook korter toetsenbordcontact kan registeren, experimenteren sommige instellingen met andere inrichtingen. In een multidisciplinaire setting kan men meer op de cliëntbehoefte en het klachtenniveau ingaan, dat gebeurt vaak transdiagnostisch en niet met vaste zorgpaden of standaarden.

Het voordeel van vooruit plannen

Door meerdere afspraken in te plannen straal je direct continuïteit uit als zorgverlener en instelling.
Daarmee vergroot je doelgerichtheid en kader je verwachtingen, dat vergroot weer de therapietrouw.

Als cliënten eenmaal op gang zijn, kan de frequentie via een berichtenfunctie verhoogd worden en aan het eind juist verlaagd. Zo kan je sneller bijsturen als iemand is vastgelopen met de module, zonder daar face-to-face contact voor op te offeren. Het is gangbaar dat je minimaal 1x in de week feedback geeft en dat de cliënt bij vragen of ontwikkelingen berichten sturen. Maak wel duidelijk aan de cliënt dat er niet 24/7 naar de berichten gekeken wordt.

Frequentie inrichten op klachtenniveau

Bij de multidisciplinaire zorg stelt men de frequentie vaker per cliënt in. Bij een depressie is het bijvoorbeeld effectief om direct meerdere keren per week contact te hebben (eventueel met kortere contactmomenten). ‘Digitaal’ is dan een stuk laagdrempeliger dan 3x in een week heen en weer reizen. Ook is er dan geen gedoe met schaarse kamers op locatie.

Er zijn ook aanwijzingen dat meer dan 1x per week contact betere resultaten oplevert, zie o.a. dit artikel.

Meer laagdrempelig contact

In een digitale setting is er meer ruimte voor laagdrempelig tussendoorcontact: even communiceren via de berichtenfunctie, ook ad hoc. Face-to-face zou dit niet kunnen, je vraagt je cliënten niet om even kort naar de poli te komen. Het is wel belangrijk om hier een stijl in te ontwikkelen: elke zorgverlener doet het precieze contactmanagement anders.

Let ook op digitaal rapport maken. Alle ad hoc tussendoor momenten kan en mag je ook registreren.